blog

7 x struiken voor stadsnatuur

In dit blog duiken Maike van Stiphout (landschapsarchitect en schrijver van Eerste Gids naar Natuurinclusief Ontwerp) en Jeanne Tan (architectuur schrijver en editor) in de wereld van struiken, om de schoonheid te delen van deze ondergewaardeerde plantengroep, die ideaal is voor natuur, biodiversiteit en voedselbossen in de stad. Elke week tot eind april komt er een struik aan bod voor kennis en inspiratie tijdens het seizoen dat je ze kunt kopen.

  1. Sleedoorn (Prunus spinosa)

Als eerste is de Sleedoorn aan de beurt, met zijn witte bloesem en eetbare donkerpaarse vruchten, die sleepruimen worden genoemd. Deze inheemse struik is een voedselbron voor heel veel soorten insecten en vogels. De Sleedoorn is makkelijk in onderhoud, past goed in wat wildere landschappen en tuinen, en is vooral ideaal als heg. Hij houdt van de volle zon, maar kan ook goed in de lichte schaduw.

Na de lange Nederlandse winters is de bloeiende Sleedoorn in maart een feestje – lente komt eraan! In het voorjaar verandert de Sleedoorn van een dikke massa doornige takken in een prachtige wolk van witte bloesem. Dan geeft de struik de bijen, hommels en vlinders nectar en pollen, in de tijd dat nog weinig voedsel te vinden is. Wanneer de bloesem is uitgebloeid verschijnen de vruchten.

Later in het seizoen wordt de Sleedoorn het favoriete voedsel van de rupsen van vlinders en motten, waaronder de zeldzame Pruimenpage (Satyrium Pruni), die haar eieren bijna uitsluitend in de Sleedoorn legt. Ook is de Sleedoorn een ideaal nestgebied voor vogels – met de rupsen binnen handbereik. De dikke doornige takken beschermen de vogels tegen de stadse roofdieren. 

Wanneer het herfst is worden de smalle ovale blaadjes van de Sleedoorn oranje en worden de vruchten een rijke donker paarse kleur – een prachtig gezicht. De sleepruimen zijn een voorganger van onze geteelde pruimen. Eet de sleepruimen niet rauw – ze smaken wrang en scherp. Van sleepruimen maak je jam, wijn en sterke dranken, zoals Slivovitsj.

2. Gele kornoelje (Cornus mas)

De Gele kornoelje, eeuwenlang gekweekt voor zijn hout en culinaire toepassingen, zou zomaar uw nieuwe beste tuinvriend kunnen worden! Hij is het meest bekend door zijn fijne gele bloemetjes en eetbare olijfachtige vruchten, die beide worden gekoesterd door zowel mens als dier. In Nederland staat de wilde Gele kornoelje alleen in het diepe zuiden van het land. 

Wanneer de tuin in de vroege lente ontwaakt, wordt er reikhalzend uitgekeken naar het bloeien van de Gele kornoelje – vooral door de hommels en bijen omdat het één van hun eerste beschikbare voedselbronnen is na de winter. De massa’s van de prachtige kleine zachtgele bloemtrossen op de kale takken toveren een lach op ieders gezicht, en dan in het bijzonder op zonnige dagen, wanneer de gele kleur afsteekt tegenover de diepblauwe lucht. Wat al helemaal leuk is, is dat de Gele kornoelje meerdere weken bloeit, en er dus meer tijd is om van deze prachtige struik te genieten!

Gele kornoelje is ook de waardplant voor motten, waaronder het blauw smalsnuitje en de kleine kornoeljegaatjesmaker. Hoewel motten niet zo aanwezig zijn als dagvlinders, zijn ze belangrijke bestuivers en voedselbron voor vogels en andere dieren.

Net als alle Kornoeljes, is de Cornus mas een feest in de herfst, wanneer zijn groene bladeren veranderen in levendige tinten rood en paars. Zoek naar de rijpende langwerpige rode vruchten die hangen tussen het kleurrijke gebladerte. Vogels houden van ze. Wanneer ze rijp zijn, zijn ze zacht en vallen ze gemakkelijk van de stengel. Hun zuurheid maakt ze geschikt voor jam en gelei, maar verrassend genoeg kunnen ze ook worden gepekeld en gegeten als olijven. Omdat de pitten gebruikt werden in rozenkransen, is de Gele kornoelje vaak te vinden in klooster- en pastorietuinen.

Als de Gele kornoelje de ontberingen doorstaat kunnen sommigen wel meer dan 100 jaar worden! De Romeinen noemden hem Cornus, wat hoorn betekent. Het is een stevig hardhout met weinig nerven, dat perfect is voor speren, spaken en de herdersstaf. 

Het is een makkelijke tuinvriend, in een heg of als solitair. Hij gedijdt in de zon en halfschaduw en bijna alle soorten bodems met een voorkeur voor kalkrijke grond. Droogte of wind maakt hem niet uit en hij kan goed overweg met de meeste planten, waardoor het een ideale struik is voor de stad.

3. Krentenboompje (Amelachier lamarckii)

Plant een of twee krentenboompjes en je vraagt je af: waarom heb ik dit niet eerder gedaan? Geliefd bij dieren voor zijn bloemen en sappige blauwe bes-achtige vruchten, is deze parel van een struik een prachtige toevoeging aan het stadslandschap, groot of klein, het hele jaar rond. De krentenboom komt oorspronkelijk uit Amerika, maar staat al eeuwen in Nederland. Hij is inmiddels niet meer weg te denken uit het Nederlandse landschap! In het wild staan heel veel krentenboompje in Drenthe. Hier zijn zelfs speciale boswandelingen uitgezet, waarbij je langs de beste plekjes komt om bloeiende krentenboompjes te spotten. 

Als je een krentenboompje plant, doe je dat om de seizoenen te vieren. Elk seizoen laat weer een andere spectaculaire kant van deze bladverliezende struik zien. Het voorjaar is zijn de takken vol trossen witte sterretjes en jonge, koperkleurige blaadjes. Vooral tegen een blauwe lucht is het een adembenemend gezicht. De hele struik wordt een soort magneet voor bijen, hommels en wespen. Zij zouden hem voor geen goud willen missen!

De krentenboom leent zijn naam aan de vruchten, krenten genaamd, die in de zomer beginnen te rijpen. Lang geleden werden ze gedroogd en daarna gebruikt, en in broden gebakken in plaats van de echte krenten. De trosjes met vruchten rijpen van rood tot een diep paarse kleur, maar niet allemaal te gelijk. Mocht je ze willen oogsten, dan krijg je concurrentie van vinken, lijsters en spechten, die allemaal samenkomen om te genieten van het onweerstaanbare fruit van de krentenboom. Dit betekent dat elk jaar, wanneer de krenten rijp zijn, uw tuin wordt omgetoverd tot een heus vogelparadijs! De krenten kunnen gebruikt worden op dezelfde manier als bosbessen. Door hun hoge pectinegehalte zijn ze perfect voor het maken van krentenjam. En mocht je de vogels voor zijn, dan kun je er een heerlijke taart van bakken! En hebben ze alles al opgegeten? Dan kun je volgend jaar altijd nog wat extra struikjes planten.

De krentenboom is ook spectaculair in de herfst, wanneer de bladeren vurige rode, oranje, gele en koperen kleuren krijgen. Een hartverwarmend beeld wanneer de temperaturen beginnen te dalen.

Tenslotte is de krentenboom ook geliefd bij degenen die houden van struiken maar niet van zware schaduw of soorten die het zicht belemmeren. Het krentenboompje heeft een open kruintje.

4. Hazelaar (Corylus avellana)

Welke struik werd geteeld door de Romeinen met noten die het hoofdingrediënt van Nutella zijn? De hazelaar. Door het planten van een hazelaar zal de aanwezigheid van dieren in de stad toenemen. Vooral de eekhoorns zullen voor de wintervoorraad je struik in een oogwenk plunderen.

Als je de hazelaar de tijd en ruimte geeft maakt het zijn nootjes vanaf zijn 8e levensjaar. Je geduld zal worden beloond met de oogst van de heerlijke hazelnoten en de lange gele bloemen, katjes genaamd, die door hun vroege bloei prachtig staan in de slapende wintertuin. De solitaire hazelaar heeft, met zijn sculpturale meerstammige structuur, ruimte nodig om te groeien. Maar hij is ook uitstekend geschikt voor heggen, die weer fijn zijn als beschutting voor de wilde dieren. De hazelaars buigzame takken zijn heel geschikt om hekwerken en heggen te vlechten. Kronkelhazelaar takken zijn erg populair als Paasversiering.

Van de winter tot aan het vroege voorjaar ziet de bladverliezende hazelaar eruit alsof hij een winterslaap houdt, maar in realiteit zit hij midden in zijn bloeiseizoen. Het is de eerste inheemse plant die zo vroeg bloeit. Daarmee markeert hij ook de start van het hooikoorts seizoen. Aan zijn kale takken hangen de trossen gele mannelijke katjes, zachtjes zwaaiend. Moeder natuur heeft hun ijle en elegante vorm zo geperfectioneerd, dat ze de wind opvangen om de pollen te verspreiden. Hiermee bestuiven ze de vrouwelijke bloemen, die meer op knoppen lijken, van dezelfde struik. Imkers planten hazelaars om hun bijen die vroeg in het jaar actief zijn, van voedsel te voorzien.

Na de bloei komen de blaadjes tevoorschijn; een delicatesse voor rupsen. De hazelaar is een belangrijke waardplant voor veel soorten vlinders en motten. Denk dan aan de Grote dagpauwoog en de Gehakkelde aurelia en nachtvlinders met mooie namen zoals de Hazelaaruil en de Bonte beer.

De trosjes hazelnoten, die zich vormen uit de vrouwelijke bloem, rijpen in de herfst van een bleke groene tot een diep bruine kleur. De truc is om de noten precies op tijd te plukken: niet te vroeg (dan zijn ze nog niet lekker), maar ook niet te laat (dan zijn de eekhoorns, muizen en vogels je waarschijnlijk voor)! 

En de vergeten hazelnootjes uit de voorraad van een dier krijgen de kans te ontkiemen en groeien, wat weer een leuke en belangrijke manier is voor de hazelaar om zich te verspreiden.

5. Gewone roodbladige vlier (Sambucus nigra ‘Black beauty’)

Van alle eetbare struiken die we hebben geselecteerd, is de gewone roodbladige vlier toch echt wel onze favoriet. De vlier wordt al heel lang gewaardeerd en vereerd om zijn heerlijk ruikende bloemen en superfoodvruchten. Met beide worden de heerlijkste gerechten en sappen gemaakt. Bent u op zoek naar en echte blikvanger die er meteen uitspringt? Dan is de roodbladige vlier een ideale struik- voor zowel u als ontelbare wilde dieren. Met zijn prachtige diep paarse bladeren, elegante witroze bloemetjes en bijna zwart fruit is het een lust voor het oog.

De oorspronkelijk Nederlandse vlier is vaak geassocieerd met folklore en hekserij. Zijn naam stamt af van het oude Griekse snaarinstrument de sambuca, en van het Angelsaksische woord aeld, wat vuur betekent. De holle takken van de vlier werden namelijk gebruikt om het vuur aan te blazen. De vlier kan bijna overal geplant worden. Hij houdt meer van een zonnige omgeving, maar in de schaduw of op natte grond zal hij het ook uitstekend doen! De veerkrachtige en snel groeiende struik is perfect voor het snel maken van een ontwerp èn hij krijgt al na 2 jaar vruchten.

Als het mogelijk zou zijn de geur van de zomer vast te leggen, dan zou vlierbessensiroop daar waarschijnlijk het dichtst bij komen. Kies een zonnige dag in begin juli uit om de bloemen te oogsten voor uw siroop en neem een momentje om volop te genieten van hun bedwelmende geur. Uit de donkerroze knoppen van de rode vlier komen witroze bloemen tevoorschijn, een prachtig contrast met de donkere bladeren van de struik. Zorg voor genoeg siroop om het verlangen naar de zomer in de donkere wintermaanden door te komen! Wanneer u gaat oogsten zult u snel genoeg zien dat allerlei insecten het net zo lekker vinden als wij; plant een vlier rond uw moestuin met groente en fruit, en u zult meteen genoeg bestuivers hebben! Vlierstruiken zijn ook een waardplant voor (nacht)vlinders en motten, zoals de gewone coronamot, de vliervlinder en de gele tijger. Gedroogde vlierbloemen zijn erg lekker in de thee.

De hangende trossen vlierbessen zijn een onmisbaar herfstbeeld. Pluk niet de groene bessen omdat die giftig zijn, pluk alleen de diep paarse bessen. Deze zijn een perfecte basis voor een siroop (gebruikt in de traditionele geneeskunde als hoestdrank), jam, taarten en wijn. Ook worden ze gebruikt als natuurlijke kleurstoffen. Vogels zwermen om de struik om te feesten met de bessen. Hun uitwerpselen helpen dan weer met het verspreiden van de zaadjes. Als je gerimpelde ‘oren’ ziet groeien op de oudere takken (vooral in de winter), dan zie je de zwammen genaamd Echte Judasoor. Dit is een culinaire lekkernij, vernoemd naar Judas, zie zich zou hebben opgehangen aan een vlier. 

6. Mispel (Mespilus germanicus)

De mispel is een bijzondere struik, die bijna nooit meer gepland wordt. Alleen de Engelsen zetten ze nog in hagen en heggen. Misschien is dat wel één van de belangrijkste redenen hem te planten. Andere redenen zijn natuurlijk de prachtige bloemen en lekkere vruchten. En hij draagt enorm bij aan de biodiversiteit! Als je nog op zoek bent naar een unieke en leuke struik, is de mispel wellicht wat voor je.

De mispel is een traag groeiende oud ogende kronkelige struik- er staat namelijk geen tak recht. In Frankrijk wordt daarom de expressie ‘zo recht als een oude mispel’ ook cynisch gebruikt: het betekent juist krom. Hij komt oorspronkelijk uit Anatolië en is – met de Grieken als tussenstop- meegebracht door de Romeinen naar Nederland. De naam Mespilus germanicaslaat natuurlijk op Duitsland. Dit komt doordat Linneaus dacht dat de struik daar oorspronkelijk vandaan kwam. 

Als de struik in bloei staat zal het heerlijk ruiken. De struik lijkt bedolven te zijn door schotelachtige witte roosjes. Je zal er rond mei een paar weken veel plezier van hebben! Ook de bijen, hommels, zweefvliegen en de geelkopprunuskokermot genieten van de bloemen. Een paar maanden later, rond eind september hangen de vruchten in de boom, maar houd je in. De vruchten ogen bol en hebben een roestbruine kleur. Voordat je ze gaat oogsten, moet het een paar keer gevroren hebben. Je hebt dus wel wat geduld nodig. Dit zodat de vrucht zacht wordt. En krijgen de vruchten een rottige uitstraling? Geen paniek! Dan zijn ze namelijk perfect: zoet, zuur, sappig van smaak en een bom van vitamine C. Pas wel op voor de 5 keiharde pitjes, waar je een tand op kan breken.

De mispels worden gebruikt voor jam en gelei. Ook kun je ze uitzuigen, maar als je het chique wil doen lepel je ze uit met een beetje slagroom. De vruchten worden medische krachten toegedicht. Gedroogde bladeren worden gepoederd en op wonden gelegd: dit zou een helende werking hebben. Ook zegt men dat het eten van de mispel goed is voor het geheugen en kan helpen tegen menstruatiepijn. Niet te veel eten, want ze werken laxerend!

Conclusie, de mispel moet terugkomen! Het is een unieke struik met onbekend bijzonder fruit. De vruchten zijn op meerdere manieren te gebruiken en te eten en als hij bloeit is het een lust voor het oog. Daarnaast zal alles wat zoemt blij zijn met uw aanschaf. En tot slot: ga je wandelen? Denk dan aan je mispelhouten wandelstok. 

7. Hondsroos (Rosa canina)

photo: www.freenatureimages.eu

Nog eenmaal bespreken we een struik, die goed is voor stadsnatuur en voedselbossen. In onze heggen, hagen, bos- en struweelranden bloeit in het begin van de zomer de Hondsroos (Rosa canina) met zijn witte tot roze bloemen. De grote losse rechtopgaande struik wordt tot 4 meter hoog en heeft lange boogvormig overhangende takken. Canina komt van het woord Canis,dat ‘hond’ betekent in het Latijn. Van deze roos wordt gezegd dat zijn wortels de beet van een dolle hond kon genezen en hondsdolheid (rabiës) kon voorkomen . 

Een Hondsroos in bloei is overdekt met bloemen. De rozen produceren veel nectar en stuifmeel, die op hun beurt allerlei insecten aantrekken, waaronder bijen en hommels. Onder de bijen weten ook honingbijen ze te vinden. Doordat ze in grote volken leven hebben ze maar wat baat bij de grote hoeveelheden voedsel, die de struik produceert. Tevens zijn de bloemen smaakmakers in o.a. azijn, wijn, honing, jam, gelei, en snoep.

De vrucht is een ovale, rood-oranje rozenbottel. De bottels worden graag gegeten door allerlei vogels, zoals de koperwiek en de kramsvogel. De doorntakken zorgen voor een goede bescherming voor deze vogels tegen roofdieren. Rozenbottels bevatten veel vitamine B1, B2, C en caroteen. Het ontpitten is een tijdrovende klus , maar je zal worden beloond. Na het harde werk kun je heerlijk genieten van de jam, gelei of siroop. Hiernaast schijnt Rozebottelpoeder de pijn bij mensen met artrose te kunnen verminderen en de bladeren zijn lekker in de thee.

De Hondsroos is een sterke, winterharde struik die niet kieskeurig is. Hij kan tegen luchtvervuiling, zeewind en hardhandig behandelen. In het sprookje “Doornroosje” (gebroeders Grimm 1812) valt de prinses na de prik met de naald in een honderdjarige slaap. Het kasteel overgroeit met rozenstruiken. Deze roos kan zo de stad in.

Dit was het dan. We hopen dat het leuk was om onze blogs te lezen over de zeven eetbare struiken die de stadsnatuur vergroten en dat het inspireert om meer stadsnatuur in jouw stad te maken.

Jeanne Tan & Maike van Stiphout